Wie moet de keuring laten doen?

Binnen de EPBD kennen we meerdere klassen, hieronder ziet u een overzicht van de klassen en de datums, waarvoor een en ander gekeurd moet zijn.

Klasse 1

Gebouwen met airconditioningssystemen van 12 tot 45 kW


  • Bouwjaar ouder dan 1 december 2003:
  • Uiterlijk 31 december 2014 gekeurd zijn.
  • Bouwjaar vanaf 1 december 2003 tot 1 december 2008:
  • Uiterlijk 31 december 2015 gekeurd zijn.

Keuring aanvragen

Klasse 2

Gebouwen met airconditioningssystemen van 45 - 270 kW


  • Bouwjaar ouder dan 1 december 2003:
  • Uiterlijk 30 juni 2015 gekeurd zijn.
  • Bouwjaar vanaf 1 december 2003 tot 1 december 2008:
  • Uiterlijk 31 december 2015 gekeurd zijn.

Keuring aanvragen

Klasse 3

Gebouwen met airconditioningssystemen > 270 kW


  • Bouwjaar ouder dan 1 december 2003:
  • Uiterlijk 30 juni 2015 gekeurd zijn.
  • Bouwjaar vanaf 1 december 2003 tot 1 december 2008:
  • Uiterlijk 31 december 2015 gekeurd zijn.

Keuring aanvragen

Elke klasse heeft zijn eigen specifieke verplichte onderdelen die geïnspecteerd en gerapporteerd moeten worden. Dit volgt vanuit de IPS

Klasse 1 kan gedaan worden door de EPBD-A inspecteur. Klasse 2 en 3 moet deels gedaan worden door de EPBD-A inspecteur en deels door de EPBD-B inspecteur, welke ook de rapportage moet opstellen.

Wie is verantwoordelijk voor de keuring?

De verantwoordelijkheid ligt bij de gebouweigenaar en/of huurder van een gebouw als het gebouw in aanmerking komt voor één van de hiervoor ge noemde klassen. Dit staat in de staatscourant artikel 7a.

In de praktijk zal de verantwoordelijkheid vooral bij de gebouweigenaar liggen. Immers zijn veel gebouwen met comfortkoeling bedoeld als een vrij verhuurbaar gebouw met veelal meerdere huurders of is de gebruiker ook de eigenaar van het gebouw. In deze gevallen is het logisch dat de gebouweigenaar verantwoordelijk is voor de EPBD-inspectie. Veelal zal dan de gebouw beheerder het initiatief nemen.

Stel dat de huurder zelf de installatie heeft aangeschaft en deze is onderdeel van een groter geheel. Dan kan het complexer liggen. In ieder geval geldt dan dat de som van alle in het gebouw aanwezige comfort installaties de klasse bepaald van de EPBD. In de praktijk is dit dan het huisnummer van het gebouw.

Voorbeeld gebouw A

Losse installaties
Huurder 1 2 installaties van 4 kW
Huurder 2 1 installatie van 30 kW
Huurder 3 3 installaties van 10 kW
Totaal koelcapaciteit = 68 kW = Klasse 2

Er moet voor dit gebouw dan een inspectie worden gedaan volgens klasse 2. Huurders zijn eigenaar van de installatie, echter zou initiatief moeten komen van huurder 2 en 3. Huurder 1 wordt er bij betrokken. Gebouwbeheerder zou kunnen bemiddelen en kosten delen. Er wordt één dossier gemaakt.

Voorbeeld gebouw B

Centrale installatie is 200 kW
Huurder 1 4 installaties van 10 kW voor serverruimtes
Huurder 2 2 installaties van 15 kW voor aanvullende koeling
Huurder 3 1 installatie van 400 kW voor laboratoria
Totaal koelcapaciteit = 230 kW = Klasse 2

Er moet voor dit gebouw dan een inspectie worden gedaan volgens klasse 2. De serverruimtes en laboratoria worden niet gezien als comfortkoeling, maar productie en hoeven niet meegeteld worden. Centrale koeling bepaald in dit geval de klasse en de gebouweigenaar is verantwoordelijk. De installaties van huurder 2 worden meegenomen in de inspectie. De anderen niet. Gebouwbeheerder zou initiatief moeten nemen en kosten dragen. Er wordt één dossier gemaakt.

Wat te doen met de rapportage?

Als gebouwbeheerder heeft u de rapportage ontvangen en dan?

  • Bent u verplicht tot het uitvoeren van de verbeteradviezen?
  • Wat moet u doen met de rapportage?
  • Vervolgstappen.

Bent u verplicht tot het uitvoeren van de verbeteradviezen?

De wetgever is hier niet echt duidelijk over. We lezen onder andere deze tekst.

Bij de keuring wordt tevens gekeken of er mogelijkheden zijn voor verbetering van de energieprestatie van het airconditioningsysteem. Op basis van de resultaten van de keuring wordt bezien of vervolgacties gewenst zijn. De deskundige die de keuring uitvoert, verstrekt een concreet advies over mogelijke verbetering of vervanging van (delen van) het airconditioningsysteem en over alternatieve oplossingen indien het resultaat van de keuring daartoe aanleiding geeft. De uitvoering van deze maatregelen behoren niet tot de keuringswerkzaamheden. Er wordt gestreefd naar een kosteneffectieve keuring. De kosteneffectiviteit wordt onder meer bepaald door de energiebesparing die gerealiseerd kan worden door uitvoering van de adviezen van de deskundige. De energiebesparing kan bijvoorbeeld bestaan uit een reductie van de elektriciteitsvraag voor koeling. De reductie is gerelateerd aan de grootte van de installatie.

Kortom u bent niet verplicht de adviezen op te volgen. Wel is dit uiteraard aan te bevelen, daar dit bijdraagt in een lagere CO2 uitstoot, inzicht in de kwaliteit van installaties en energieverbruik van het gebouw. Dit kan ook meehelpen in het realiseren van een beter energielabel en imago. Dus een meerwaarde van het gebouw en aantrekkingskracht voor nieuwe huurders.

Terugverdientijd van het advies korter dan 5 jaar! Van uit de inspectie, verbeteradviezen en uiteindelijk de begroting met terugverdientijd kan blijken dat de investering voor energiebesparing korter is dan 5 jaar. Is dit het geval dan kan de eigenaar / huurder het advies niet zonder meer naast zich neer leggen. Hij zal moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit Energiebesparing. Hierin valt te lezen; Bedrijven en instellingen zijn verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen als het jaarlijkse gebruik groter is dan 50.000 kWh of meer dan 25.000 m3 aardgasequivalenten. Er staat beschreven dat deze bedrijven alle maatregelen moeten hebben gedaan met een terugverdientijd korter dan 5 jaar. Dus is het advies niet vrijblijvend in dit geval. Een en ander is het hier terug te vinden.

Wat moet u doen met de rapportage?

U bent verplicht om eens in de 5 jaar een rapportage te laten uitvoeren. Deze rapportage moet volgens artikel 7c bewaard worden. De eigenaar of huurder van het gebouw waarin het airconditioningsysteem is geïnstalleerd, bewaart het keuringsverslag ten minste vijf jaar.

Vervolgstappen

Naar aanleiding van de keuring zijn er vervolgstappen aan te bevelen. Volgende stappen willen we benoemen.

  • Installateur een offerte laten maken aan de hand van het advies wat gegeven is
  • Uitvoeren van het verbeteradvies
  • Vervolgonderzoek laten doen naar aanleiding van het advies
  • BREEAM-NL In Use traject starten om naast verduurzamen van de installaties ook het gebouw een duurzaamheidslabel te geven alsmede de gezondheid van de gebruiker te verbeteren.